Meer fietsen dan mensen: de opmars van de e-bike in Nederland in 2026
In 2026 zet de e-bike zijn opmars in Nederland voort, in een land met meer fietsen dan mensen. Een nuchtere blik op groeicijfers, bakfietsen, beleid en de vraag of fietsen betaalbaar blijft.
Als iemand die de fietswereld al jaren volgt, heb ik geleerd verder te kijken dan de dagelijkse koppen en te letten op de diepere verschuivingen. Wat er in 2026 in Nederland gebeurt, is precies zo'n verschuiving. Het gaat niet om één model of één wedstrijd, maar om een land waar fietsen zo vanzelfsprekend is dat het opnieuw uitvindt hoe we ons verplaatsen, met de e-bike voorop.
Meer fietsen dan mensen
Laten we beginnen met een veelzeggend feit. Met ruim 22 miljoen fietsen voor zo'n 17 miljoen inwoners zijn er in Nederland simpelweg meer fietsen dan mensen. Fietsen is diep verweven met het dagelijks leven: miljoenen Nederlanders pakken elke dag de fiets naar werk, school, de winkel of het station. Dankzij een uitgebreid netwerk van fietspaden is de fiets vaak praktischer dan de auto.
De e-bike breekt door
De grootste verandering is de opkomst van de e-bike. In 2020 vormden elektrische fietsen voor het eerst de helft van alle verkochte fietsen, en dat aandeel is sindsdien rond dat niveau gebleven. De markt groeit gestaag: van ongeveer 1,71 miljard dollar in 2025 naar zo'n 1,76 miljard in 2026, met een verwachting van rond de 2 miljard tegen 2031. Nederland omarmde de e-bike zelfs sneller dan buurland Duitsland.
Beleid en bakfietsen
Ook het beleid speelt mee. De overheid stimuleert de e-bike met belastingvoordelen voor bedrijven die ze aan werknemers aanbieden en met subsidies voor particulieren. Vooral voor ritten onder de tien kilometer wordt de elektrische fiets zo een logische keuze. Opvallend is dat de bakfiets de snelst groeiende categorie is: bezorgdiensten vervangen dieselbusjes in de stadskernen steeds vaker door elektrische bakfietsen.
Niet alleen maar groei
Toch is niet alles rooskleurig. De totale fietsverkoop daalde tussen 2022 en 2023 met zo'n zes procent, wat laat zien dat ook deze markt gevoelig is voor economische schommelingen. De groei zit vooral in de duurdere elektrische fietsen, terwijl de gewone fiets terrein verliest. Dat roept vragen op over betaalbaarheid, want niet iedereen kan zomaar een prijzige e-bike aanschaffen.
Mijn nuchtere blik
Ondanks al het enthousiasme probeer ik nuchter te blijven. Een sterke markt betekent niet automatisch dat fietsen voor iedereen toegankelijk blijft, en meer snelle e-bikes brengen ook nieuwe vragen rond verkeersveiligheid met zich mee. Toch vind ik de richting gezond: Nederland bouwt voort op een unieke fietscultuur in plaats van die los te laten. De echte test is of de fiets betaalbaar en veilig blijft voor iedereen.





