Fietssnelwegen, Tubbergen en fatbikes: de staat van fietsland Nederland in 2026
Fietsland Nederland in 2026: 750 km fietssnelwegen en meer op komst, Tubbergen als verrassende winnaar, maar ook groeiende zorgen over fatbikes op het fietspad.
Nergens ter wereld hoort de fiets zo vanzelfsprekend bij het straatbeeld als in Nederland. Toch staat fietsland allerminst stil: 2026 laat mooi zien hoe het netwerk verder groeit, welke onverwachte gemeente dit jaar de kroon pakt, en waarom er tegelijkertijd zorgen ontstaan over de veiligheid op ons eigen vertrouwde fietspad.
Snelwegen, maar dan voor fietsen
De grootste ambitie zit in de fietssnelwegen. Nederland telt inmiddels zo'n 750 kilometer van deze doorgaande routes, en er liggen plannen klaar om daar tegen 2030 nog eens 1.400 kilometer aan toe te voegen. Voor het eerst is er zelfs een structureel budget van 6 miljoen euro per jaar, bovenop het toch al fijnmazige net van maar liefst 35.000 kilometer aan snelle en gewone fietspaden.
Parkeren onder de grond
Die groei zie je niet alleen buiten de stad, maar ook eronder. De reusachtige ondergrondse stalling onder Utrecht Centraal biedt veilig plek aan duizenden fietsen tegelijk en is uitgegroeid tot een symbool van hoe serieus Nederland de fiets neemt. Ruimte is schaars in de stad, en dus krijgt de fiets haar plek nu letterlijk in de fundering van het station.
De verrassende winnaar

Toch draait fietsen allang niet meer alleen om de grote steden. In 2026 riepen fietsers zelf niet Amsterdam of Utrecht, maar het rustige Twentse Tubbergen uit tot de meest fietsvriendelijke gemeente van het land. Het laat overtuigend zien dat goede infrastructuur en puur fietsplezier net zo goed op het platteland thuishoren, ver weg van de drukte en de toeristenstromen.
De schaduw van de fatbike
Niet al het nieuws is even positief. Volgens een rapport van Shimano daalde het gevoel van veiligheid voor kinderen met 22,7 procent, iets wat vooral wordt toegeschreven aan de snelle opmars van fatbikes op het fietspad. Samen met een hier en daar stagnerende infrastructuur zorgt dat voor een groeiend ongemak: voor sommigen voelt het vertrouwde fietspad simpelweg minder veilig dan vroeger.
Blijven trappen
Fietsland Nederland staat dus op een interessant kruispunt. Aan de ene kant investeren we volop in snellere, langere en slimmere routes; aan de andere kant moeten we opnieuw nadenken over wie er eigenlijk op dat fietspad thuishoort, en vooral hoe hard. Eén ding staat in elk geval vast: zolang de regen erbij hoort en de ketting blijft draaien, blijven wij gewoon lekker doortrappen.





